Uw huisdier komt voor een gebitsbehandeling. En dan…

U komt uw hond of kat brengen voor een behandeling aan het gebit. De noodzaak van een gebitsbehandeling kan enorm verschillen. Dit is afhankelijk van de diersoort, het ras, de leeftijd, de leefomstandigheden, genetische aanleg, voeding en eventueel trauma. Lees hier meer over verschillende aanleidingen voor een gebitsbehandeling zoals persisterende melktanden, wortelkanaalbehandeling en olifantstanden bij een konijn.

Het behandelingsplan kan tijdens de reiniging aangepast worden. Dit komt omdat de mond en het gebit pas goed en volledig te beoordelen zijn wanneer uw huisdier slaapt. Ook kunnen onderliggende problemen pas in beeld komen na het maken van de röntgenfoto van het gebit en de kaak.

Graag leggen wij nader uit wat u kunt verwachten wanneer u uw dier bij ons brengt voor een gebitsbehandeling. Het hoeft niet zo te zijn dat alle onderstaande stappen van toepassing zijn op de behandeling van uw huisdier.

1. Lichamelijk onderzoek
Net zoals bij mensen is geen enkele verdoving zonder risico. Om het risico zoveel mogelijk te beperken volgen we een behandelingsprotocol. Uw huisdier zal eerst een volledig lichamelijk onderzoek ondergaan. Bij dit onderzoek let de dierenarts voornamelijk op de pols, hart- en longgeluiden en algehele gezondheid. Mocht de gezondheid of de leeftijd van uw dier een indicatie zijn voor nader onderzoek, dan word een bloedonderzoek aangeraden. Middels een bloedonderzoek kunnen onder andere de lever- en nierwaarden bepaald worden. Het goed functioneren van de lever en de nieren is van groot belang bij het ondergaan van een narcose.

2. Verdoving en ondersteuning
Uw huisdier krijgt een verdoving op maat.; elke verdoving wordt op het betreffende dier afgestemd. De verdovingsmiddelen worden afgestemd op onder andere de leeftijd, het gewicht en de gezondheid van uw huisdier (zie stap 1). Tijdens de behandeling zal de paraveterinair uw huisdier met behulp van gasanesthesie gesedeerd houden. Dankzij moderne apparatuur kan zij ondertussen onder andere de hartslag, temperatuur en ademhaling in de gaten houden en tijdig ingrijpen als dit nodig blijkt.

3. Tandsteen verwijderen
Allereerst zal het ergste tandsteen verwijderd worden. Tandsteen veroorzaakt niet alleen schade aan de kies of de tand en aan het kaakbot, maar ook krijgen bacteriën de mogelijkheid om de bloedbaan binnen te dringen. Dit kan leiden tot orgaanschade van (onder andere) het hart. Het is dus van belang dat al het tandsteen wordt verwijderd en alle elementen worden gereinigd. Pas daarna kan de dierenarts een gerichte schatting maken van de tand van zaken van de onderliggende elementen. (Te zien op de foto’s: extreem veel tandsteen en afgesleten elementen)
dentale rontgenfotos

4. Röntgenfoto
Het is vrijwel onmogelijk om een volledig beeld van het complete gebit te krijgen bij een wakker dier. Pas wanneer het dier slaapt kunnen alle elementen goed bekeken worden. Helaas kunnen zelfs dan onderliggende problemen, zoals afgebroken of niet volledig ontwikkelde elementen, niet zichtbaar zijn. Niet alleen kan dit later voor problemen zorgen, het kan ook voor instabiliteit in de kaak zorgen. Een röntgenfoto van het gebit en de boven- en onderkaak biedt uitkomst. Dit geeft de dierenarts een volledig beeld van het gebit, het kaakbot en eventuele verrassingen welke niet aan de oppervlakte zichtbaar zijn.

Wist u dat 50% van de katten boven de 5 jaar last heeft van gaatjes (resorptieletsel). Bij de mens komen de meeste gaatjes voor op de kauwoppvervlakken van de tand. Bij de katten komt dit juist voor in de wortel van een element, daarom is nader onderzoek zoals een röntgenfoto zo belangrijk.

5. Tanden trekken
Elke tand en kies wordt uitgebreid onderzocht. Er wordt gezocht naar gaatjes en pockets (tandvleesontsteking). Wanneer er sprake is van gaatjes in de tanden, wanneer er een tand is afgebroken of wanneer er extra elementen zijn (zoals persisterende melktandjes) zal deze getrokken moeten worden. (Snij)tanden zijn in vergelijking tot kiezen relatief makkelijk te trekken omdat er sprake is van één lange wortel.

6. Kiezen trekken
Een kies zit met een twee of zelfs drie wortels in het kaakbot vast. Om een kies te trekken moet deze door midden geboord worden. Dit om schade aan het bot en het afbreken van de kies te helpen voorkomen. Op die manier ontstaan er twee (of drie delen) kiesdelen, elk met een eigen wortel. Om ervoor te zorgen dat de volledige wortel getrokken wordt en er niks achterblijft in de kaak moet de wortel zo goed mogelijk los geprepareerd worden.

7. Wortelkanaalbehandeling
Een wortelkanaalbehandeling voeren we meestal alleen uit bij hoektanden. Een wortelkanaalbehandeling is nodig wanneer het zenuwkanaal bloot is komen liggen. Dit kan gebeuren door slijtage of als gevolg van een trauma waarbij een deel van de hoektand afbreekt. Dit is een vrij intensieve behandeling. De reden waarom we dit (bijna) alleen bij hoektanden uitvoeren is, omdat de hoektanden belangrijk zijn voor de kaakstabiliteit. Het is voorafgaand aan de behandeling goed in te schatten of dit wel of niet nodig zal zijn.
wortelkanaalbehandeling hond

8. Polijsten
Om alle elementen van het gebit te beschermen en oneffenheden (een nestelplaats voor bacteriën) te verwijderen zal elk element gepolijst worden.

9. Herstel
Na de behandeling verblijft uw dier in de (dag)opname. Een opnameverblijf bevat altijd een antislipmat, een warmtemat en één of meerdere comfortabele dekens. Om de recovery van uw dier goed in de gaten te houden worden elk half uur de temperatuur, de ademhaling en de reflexen gemeten.

10. Naar huis
Na de behandeling neemt de dierenarts of de paraveterinair telefonisch contact met u op. Wij geven u dan door hoe de behandeling is verlopen, hoe het met uw dier gaat en spreken met u een tijd van ophalen af.

11. Preventie
Ook bij het gebit is de gouden regel dat voorkomen beter is dan genezen. Er zijn verschillende manieren waarop u uw dier kunt helpen om vorming van tandplaque en tandsteen te voorkomen. Dit kan door middels van tandenpoetsen, voedingskeuze, controle en ondersteunende middelen. Onze medewerker(st)ers bespreken graag met u wat voor u en uw huisdier het beste past bij uw situatie.

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van de bovenstaande informatie, neem dan gerust contact met ons op via 0341 – 55 33 25 of ermelo@sterkliniek.nl.